Bringing about wide-scale adoption of Open Science through communities

Next year will be my ninth year working in Academia. In this time, I have become convinced of two things:

(1) Science is beautiful

(2) Science can be done better

About the first: science allows us to understand the world we live in and informs our choices for interventions and policy. It allows us to make this world a better place. I love it. Regarding the latter, science can be more efficient and -most importantly- more reliable. The way to achieve this is to make it more transparent.

Pioneering researchers and policy makers are exploring ways in which science can become more transparent, e.g. by sharing your data and registering your plans and hypothesis. Collectively, this set of practices is known as Open Science. I’m convinced that adopting Open Science practices increases the accuracy and accountability of science, and I’m sure most researchers would agree that accurate and accountable science is better science. But then, why are we not all committed to Open Science practices?

The pitfall here is that the people that are actively involved in the debate on Open Science typically are the ones that are already convinced that Open Science is the way forward and often have substantial expertise with Open Science practices, while the large majority of researchers are hesitant to change their current workflow, for understandable reasons. Perhaps they don’t know where to start. Or they don’t see how such practices would be endorsed. Or they might be afraid their research will be scrutinised. However, their voice is crucial in shaping how Open Science will be put to practice. These are the people who can best assess the obstacles that are encountered adopting Open Science practices and the support that is needed to implement them. When researchers with an interest in Open Science, but no experience per se, are included in the Open Science debate, we are well on our way to making Open Science practices the norm.

To facilitate this, my colleague and I have started an Open Science community at our university: the Open Science Community Utrecht (www.openscience-utrecht.com). The community is a inclusive platform to learn and talk about Open Science. In just three months, almost 100 colleagues have joined our community, from all faculties and career stages. Starting this summer, we will host Open Science Cafes as a platform for informal discussions, organise Open Science workshops, and we are hosting a podcast series: the Road to Open Science.

A number of other universities have started similar local Open Science communities. Our aim for the coming year is to connect these local communities and facilitate colleagues at other universities to start their own local Open Science communities. Such a global Open Science community has the potential to bring about large scale adoption of Open Science practices, making science more reliable and efficient.

If you share our view that inclusive Open Science communities are the way to better science, get in touch with us and start your own Open Science community.

The Future of Science is Open! 

 12 total views

Open Science is a means, not a goal

On the 26th of September, I participated in the event “Time for open science skills to count in academic careers!”, organised by the European Open Science Cloud Pilot (EOSCPilot) and the 4TU.Centre for Research Data. The goal was to define open science skills that we thought should be endorsed (more) in academic career advancement.

The setting was nice: we were divided in four groups, representing different stages of academic careers (from PhD to full professor) and discussed which open science skills are essential for each career stage. What I liked about the event was that the outcomes of the discussion were communicated to representatives of EOSCpilot and the European Commission. So I’m optimistic that some of the recommendations will, in time, affect European research policies regarding career advancement.

On the other hand, I think we might be skipping a step here. Open science is often talked about as a good thing that we should all strive for (in line with the (in)famous sticker present on many laptops of open science advocates: “Open Science: just science done right”), as though open science is a goal on itself. To me, this doesn’t make a lot of sense. There is no clear definition of open science. It is an umbrella term covering many aspects, e.g. open access, open data, open code, citizen science and many more. So, in practice, people use various definitions of open science that in- or exclude some of the aforementioned aspects of open science, and differ in how these aspect should be prioritised. That means that while many people are in favour of open science, they may disagree greatly on what they think should be addressed first and how.

I don’t see open science as a goal. I see open science as a means to achieve a goal. I think, we should first agree on the goal: specify what we want to change or improve. The way I see it, the goal is to make science more efficient – to achieve more, faster. Starting from this goal, several sub-goal can be defined, such as:

(1) making science more accessible,

(2) making science more transparent & robust,

(3) making science more inclusive.

Open science can be a means to achieve these subgoals. Depending on how you prioritise the subgoals, you might be more interested in (1) open access, (2) open data and code, or (3) citizen science, respectively.

It is not too difficult to come up with a list of open science skills for academics, and it would be awesome if those skills would be endorsed more in academic career advancement. But we first need to define the goals we want to achieve, before we can start to prioritise the means by which these can be achieved. If the endorsement of open science skills can be aligned with the overall goals, then we are well on our way to make science more efficient.

 10 total views

Zin in 2030!

Ik stap in de auto, op weg naar het evenement ‘Wetenschapper 2030’ in Den Haag, waar we met ruim 300 mannen en vrouwen gaan nadenken over hoe we de wetenschap zo efficient mogelijk in kunnen richten. Het is half 9 en ik sluit aan in de file. In mijn spiegel zie ik de man in de auto achter mij van bril wisselen en zijn krant open slaan. Ok, dit kan nog wel even duren…

Starend naar de eindeloze rits blik krijg ik een onbehagelijk gevoel. Ik heb deze week drie podcasts geluisterd van Jan Rotmans (deze, deze en deze), hoogleraar duurzaamheid en transitiekunde. Zijn boodschap over klimaatproblematiek is enerzijds verontrustend: de komende generatie gaat de gevolgen écht voelen. Anderzijds is hij optimistisch en er van overtuigd dat we de aanstaande ellende kunnen doorstaan, mits we innoveren. Als ik voor me kijk, kan ik niet anders dan denken dat we vol gas (stapvoets) de afgrond in rijden.

Meer dan ooit heeft de wereld de wetenschap nodig om oplossingen te bieden aan de aanstaande crises. Slimme technieken en baanbrekende trucks. Innoveren of verzuipen. En die wetenschap, daar gaat het vandaag over. Hoe kunnen we de wetenschap inrichten voor maximaal resultaat? De tendens onder zowel onderzoekers als onderzoeksfinanciers (NWO, ZonMw) is dat ‘open science’ en ‘team science’ de toekomst hebben. Er is een grote bereidwilligheid tot verandering en om deze verandering te verankeren in de manier waarop we onderzoekers erkennen en waarderen. In de discours vond ik met name de volgende drie sprekers erg inspirerend:

Rianne Letschert, rector aan Universiteit van Maastricht, houdt een betoog voor meer diversiteit in de functie-omschrijvingen van onderzoekers. Wég van het streven naar de schapen met de vijf poten (die excelleren op álle fronten), op weg naar onderzoek in teamverband, waarbij elk teamlid zijn eigen expertise en kunde heeft. Het gebrek aan team science is mij al jaren een doorn in het oog en heeft mij meer dan eens doen twijfelen of ik nog wel aan een universiteit wil werken. Volgens mij komt team science de effectiviteit, productiviteit én het werkplezier alleen maar ten goede.

Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut benadrukt dat minder dan 10% van de onderzoekers een vaste aanstelling krijgt binnen de universiteit. Mijn ervaring is dat de meeste PhD studenten en post-docs een dergelijke aanstelling ambiëren en er álles aan doen om zo’n felbegeerde positie te verkrijgen. Met alle gevolgen van dien: een hyper-competatieve rat-race waar veel mensen aan kapot gaan en die de kwaliteit van wetenschap lang niet altijd ten goede komt. De keuze voor een ander carrièrepad wordt veelal gezien als inferieur: de drop-outs. Een gemiste kans! Barend benadrukt dat mensen met een PhD op zak zeer waardevol zijn in andere bedrijfstakken. Ik denk dat er veel te winnen valt als we PhD studenten al vroegtijdig begeleiden in het vinden van passende aansluiting op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld door promovendi in hun laatste jaar samen te laten werken met bedrijven en/of ministeries. Onderzoekers die een academische loopbaan ambiëren kunnen deze tijd gebruiken voor het schrijven van beursaanvragen. Zo maken we optimaal gebruik de kennis en kunde van PhDs, zowel binnen als buiten de universiteit.

Sarah de Rijcke, hoogleraar aan de universiteit van Leiden, benadrukte dat we in de transitie naar open science en team science onze doelen voorop moeten stellen. Open Science heeft veel verschillende aspecten en het is vaak onduidelijk welke stappen het effectiefst zullen zijn. Kies ik er voor om open access te publiceren? Mijn data te delen? Of om mijn bevindingen toegankelijker te maken voor een breder publiek? Of… of.. of.. Alles tegelijk kan niet, maar wat is de beste eerste stap? Ik merk dat het me helpt om mijn doelen te concretiseren (wat wil ik bereiken met mijn onderzoek?). Met de doelen als uitgangspunt wordt duidelijk welke aspecten van open science mij het meeste rendement opleveren. Maatwerk dus. Ik hoop dat de doelen van onderzoeksgroepen leidend zullen zijn in de transitie naar Open Science. Op die manier verwordt open science niet tot nóg een verplichting of wéér een vinkje, maar draagt het daadwerkelijk bij aan efficiëntere wetenschap.

Op de terugweg heb ik -weer in de file- ruim de tijd om na te denken over dat wat ik vandaag gehoord heb. Optimisme overweegt. Maar ook de vraag: hoe gaan deze mooie woorden leiden tot verandering? Jan Rotmans zegt hierover dat je voor een transitie drie groepen nodig hebt: koplopers, verbinders en kantelaars. De eerste groep hadden we vandaag in de zaal. Mensen die het anders doen, een nieuw systeem voor ogen hebben. Vervolgens heb je verbinders nodig die het oude systeem en het nieuwe systeem met elkaar kunnen verbinden. De olievlek laten uitbreiden. Weerstand opzoeken en wegnemen. En tenslotte de kantelaars: mensen die de omslag realiseren op de werkvloer. In de transitie naar open science spelen de Open Science Communities volgens mij de rol van verbinders. We brengen de koplopers in contact met de grote(re) massa van onderzoekers en maken open science meer ‘main stream’. Met een uitgestrekte hand in plaats van met het vingertje. Met een luisterend oor in plaats van met de mond vol. Met als doel: het bereiken van de mogelijke kantelaars. Dan zal de transitie écht plaats vinden. De snelle groei van het aantal open science communities in Nederland (nu al aan negen universiteiten in Nederland!) maakt dat ik veel vertrouwen heb in de transitie naar open science en daarmee ook in de toekomst. Ik heb wel zin in 2030!

 24 total views,  2 views today